Sinds 1 april 2026 staat de funderingsrisicoklasse A tot en met E in elk taxatierapport. Voor kopers van een woning met klasse D of E is de eerste vraag doorgaans niet wat dit voor de fundering betekent, maar of je hier nog een hypotheek voor krijgt. Het antwoord is genuanceerd: meestal wel, soms niet, en het beleid van geldverstrekkers is momenteel volop in beweging.
Wat doen geldverstrekkers bij klasse D of E
Bij klasse A, B of C loopt de hypotheekaanvraag doorgaans zonder aanvullende voorwaarden door. Vanaf klasse D wordt de geldverstrekker voorzichtiger. In de praktijk zien we een aantal routes naast elkaar bestaan.
- Aanvullend onderzoek verlangen. De bank vraagt een QuickScan of Fase 1 funderingsonderzoek voordat de hypotheek definitief wordt gemaakt. De uitkomst wordt meegewogen in de uiteindelijke waardering.
- Maximale hypotheek verlagen. De verwachte herstelkosten worden ingeschat en van de marktwaarde afgetrokken, waardoor je een groter deel zelf moet financieren.
- Bouwdepot aanbieden. Direct noodzakelijke herstelkosten kunnen via een bouwdepot worden meegefinancierd. Je leent het bedrag mee, maar het staat pas ter beschikking als je werk aantoonbaar uitvoert.
- In principe afwijzen. Een aantal, met name kleinere, geldverstrekkers gaf begin 2026 aan geen hypotheek te verstrekken bij een klasse D of E. Dit is een zich ontwikkelend beeld, geen vaste of uitputtende lijst.
Hoe kijkt NHG hiernaar
De Nationale Hypotheek Garantie laat de beoordeling van funderingsrisico voorlopig bewust aan de geldverstrekker. NHG verwijst in dit verband naar artikel C.5.2 van haar Voorwaarden en Normen: dezelfde werkwijze als bij een bouwkundige keuring. Concreet betekent dat: een bouwkundige keuring kan onder voorwaarden worden vervangen door een beperkt aanvullend funderingsonderzoek, en direct noodzakelijke herstelkosten mogen via een bouwdepot worden meegefinancierd binnen NHG-normen. NHG legt de acceptatie zo bij de bank, maar houdt de ruimte open om via bouwdepot en aanvullend onderzoek tot een oplossing te komen.
Beleid is in beweging
Op het moment van schrijven, medio 2026, is het beleid rond klasse D en E niet uitgekristalliseerd. Enkele geldverstrekkers gaven al aan geen aanbiedingen te doen op deze klassen. Andere behandelen elke aanvraag individueel. Het is aannemelijk dat meer geldverstrekkers hun beleid de komende maanden aanscherpen naarmate er meer data en ervaring beschikbaar komen. Verwacht dus geen definitieve lijst; vraag altijd bij je hypotheekadviseur na hoe jouw beoogde geldverstrekker vandaag met klasse D of E omgaat.
Wat dit praktisch voor kopers betekent
- Vraag vroeg in het proces bij je hypotheekadviseur na of jouw geldverstrekker klasse D of E in behandeling neemt en onder welke voorwaarden.
- Neem een funderingsvoorbehoud op in je bod. Zonder voorbehoud is een taxatie met klasse D of E na gunning een risico dat volledig bij jou ligt.
- Overweeg zelf een QuickScan te laten uitvoeren voordat de taxatie wordt opgesteld. Voor gemiddeld 350 tot 650 euro krijg je een adresgebonden uitspraak die je aan de geldverstrekker kunt voorleggen.
- Reken bij een klasse D of E met een marge in je financieringsopzet. Ook als de hypotheek doorgaat, kan de bank de maximale lening verlagen of een bouwdepot vragen.
Wat dit voor verkopers betekent
Voor verkopers is de boodschap simpel: hoe langer je wacht met inzicht, hoe kwetsbaarder je proces. Een verkopende partij die zelf al een QuickScan of Fase 1 heeft laten uitvoeren, geeft de koper en diens geldverstrekker een aanzienlijk sneller pad naar goedkeuring. Zeker in gebieden met historisch hogere risico's, zoals delen van Rotterdam, Dordrecht en de Zaanstreek, kan zo'n vooruitwerpend rapport het verschil maken tussen een deal die wel of niet doorgaat.
Een QuickScan als eerste stap
In vrijwel alle scenario's is een QuickScan de laagdrempelige eerste stap. Blijkt de fundering feitelijk in orde, dan is dat waardevolle informatie voor je hypotheekaanvraag. Blijkt er reden tot vervolgonderzoek, dan weet je dat vroeg genoeg om je aankoopstrategie, financieringsopzet of verkoopplan bij te sturen. In beide gevallen voorkomt vroegtijdige duidelijkheid vertraging op het moment dat je die het minst kunt gebruiken.